Bij het gebruik van deze website bevestig je dat je 18 jaar of ouder bent.
×
 

Zoek wijn

  • Gebied
  • Wijnhuizen
  • Jaargang
  • Kleur
  • Druif
  • Appellation

Duitsland

Pinot Noir QBA Peter & Peter
vanaf € 7,75 Excl. BTW: vanaf € 6,41

Peter & Peter, een zeer geslaagde pinot noir uit het zuidelijk deel van de Pfalz. De streek wor..

Bestellen
Weergeven 1 t/m 8 van in totaal 8

Duitse wijnen

Duitsland behoort om tal van redenen tot de klassieke wijnlanden. Het kan bogen op een rijke historie, eigen vinificatietradities en, dankzij zijn noordelijke ligging en het daarmee samenhangende koele klimaat, op een geheel eigen type wijnen.

Kenmerkend voor de Duitse wijnbouw is het gebruik van 'eigen' druivenrassen, met voorop riesling. Mondiale soorten als chardonnay en cabernet sauvignon hebben er slechts in anekdotische mate voet aan de grond gekregen. Hoewel Duitsland in de eerste plaats als een land van stille witte wijnen bekend staat, produceert het een compleet gamma wijnen, inclusief rode - goed voor bijna 40% van het volume - en mousserende.

Cool climate
De Duitse wijnbouw is een schoolvoorbeeld van cool climate viticulture. Om te beginnen is er de noordelijke ligging. Hoe verder oostwaarts de wijngaarden liggen, des te meer zijn ze blootgesteld aan de invloeden van een continentaal klimaat. Dit betekent een verhoudingsgewijs kort groeiseizoen en heeft dus consequenties voor de keuze van de druivensoorten. Globaal gesproken resulteert dat in wijnen met een relatief laag alcoholpercentage, een hoge zuurgraad en intense aroma's.

Van doorslaggevend belang voor de rijpheid van het fruit is de ligging van de wijngaard. Die vraagt om beschutting tegen koude in het algemeen en nachtvorst in het bijzonder en optimale instraling van zonneschijn. Smalle, diepe rivierdalen bieden vaak de juiste klimatologische omstandigheden. De bekendste voorbeelden zijn het Rijn- en Moezeldal, maar ook Ahr, Nahe, Neckar en Main bieden zo'n omgeving. De mist van de rivieren draagt in het najaar bij tot de vorming van botrytis, alias Edelfäule. Aanwezigheid van een grote wateroppervlakte zorgt voor een extra gunstige, matigende invloed. Dit is het beste waar te nemen in de Rheingau, waar de Rijn heel breed is.

Hellingwijngaarden
Typerend voor veel van de beste Duitse wijngaarden is een ligging op hellingen. Hierdoor vermindert het gevaar van nachtvorst en is er een betere instraling van de zon. Een tweede reden waarom de hellingwijngaarden (Hanglagen) vaak betere kwaliteit leveren dan die op vlak terrein is de bodemsamenstelling. Op de hellingen is die meestal arm maar rijk aan mineralen, terwijl de vlakke bodems vaak te rijk zijn. Maar pas op, het aantal uitzonderingen op deze regel is legio.

De meest opvallende, en zo men wil meest ‘Duitse', bodem is die met leisteen (Schiefer), die een uitstekende ondergrond voor de riesling biedt. Het Duitse woord voor wijngaard is Weinberg. Dit is heel toepasselijk, aangezien wijngaarden van begin af aan op hellingen aangelegd werden. Gaat het om een steile helling, dan is dat een Steillage. Zulke wijngaarden bieden de beste resultaten in kwalitatief opzicht. Keerzijde is wel een dure exploitatie. Mechanisatie is slechts beperkt mogelijk en het onderhoud kostbaar. Goede Duitse wijn kan dus nooit goedkoop zijn.

Riesling & Co.
Duitsland is een land van cépagewijnen, wijnen gemaakt van één enkel druivenras. Oude rassen zijn de riesling, Duitslands nationale trots, en de silvaner. Steeds populairder aan het worden zijn de grauburgunder (pinot gris) en de weissburgunder (pinot blanc). Van de vele kruisingen is de müller-thurgau (rivaner) de belangrijkste. In kwalitatief opzicht scoort vooral de kerner goed, terwijl bij de aromatische varianten de scheurebe genoemd moet worden.

Rode wijnen maken ruim eenderde uit van de Duitse wijnproductie. De belangrijkste druif daarvoor is de spätburgunder (pinot noir), gevolgd door de succesvolle kruising dornfelder. Verder komen ook lemberger (blaufränkisch) en portugieser voor.

Wetgeving en etikettering
De Duitse wijnwet onderscheidt twee hoofdcategorieën wijn, Tafelwein en Qualitätswein. Daarvan valt gemiddeld nog geen 5% onder de noemer Tafelwein en maar liefst 95% onder Qualitätswein! Qualitätswein is er in twee soorten:

Qualitätswein
Afgekort als QbA en kortweg Qualitätswein genoemd. Gemeten naar volume verreweg de belangrijkste categorie. Het minimum mostgewicht - het suikergehalte van de druiven bij de pluk - moet overeenkomen met 7,5% natuurlijke alcohol. Chaptalisatie, verhoging van het alcoholgehalte door toevoeging van suiker bij de gisting, is toegestaan. QbA ondergaat een verplichte amtliche Prüfung (test van overheidswege) en mag alleen met een Amtliche Prüfungsnummer (A.P. Nummer) aangeboden worden.

Prädikatswein
Tot 2007: Qualitätswein mit Prädikat, afgekort als QmP. Slaat in theorie op de beste Duitse wijnen, d.w.z. met de hoogste mostgewichten. De vereiste minimum mostgewichten verschillen per druivenras en per gebied! Uiteraard ondergaan ook deze wijnen een verplichte kwaliteitstest. De hoeveelheid Prädikatswein varieert sterk van jaar tot jaar. In slechte oogstjaren vormen ze minder dan 10% van het totaal, in uitzonderlijk rijpe jaren tot wel 80% of meer.

Prädikate
De Prädikate zijn afgeleid van traditionele benamingen die ooit gebruikt werden om een bepaald kwaliteitstype wijn mee aan te duiden. Tegenwoordig definiëren ze primair mostgewichten en daarmee louter het potentiële alcoholgehalte. De vereiste mostgewichten variëren overigens per druivenras en per gebied. In oplopende volgorde gaat het om Kabinett, Spätlese, Auslese, Eiswein, Beerenauslese (BA) en Trockenbeerenauslese (TBA).

De eventuele mate van zoetheid van de gerede wijn doet hier niet ter zake. Dat geldt met name voor Kabinett en Spätlese. Wijnen met deze predikaten kunnen zowel droog, halfdroog als zoet smaken!

Eiswein wordt geperst uit druiven die in bevroren toestand geplukt zijn en die een zelfde mostgewicht als een Beerenauslese moeten hebben.

Behalve de verplichte kwaliteitsaanduiding kan het etiket ook de smaakaanduidingen trocken (droog) of halbtrocken (halfdroog) vermelden. Trocken: maximaal 4 gr/l restsuiker, óf maximaal 9 gr/l wanneer de totale hoeveelheid zuren niet meer dan 2 gr/l lager ligt. In Franken is 4 gr/l de limiet. Halbtrocken: maximaal 18 gr/l restsuiker én niet meer dan 10 gr/l hoger dan de totale hoeveelheid zuren. Voor zoete wijnen bestaan geen limieten.

Een oude term die tegenwoordig weer opduikt is feinherb. Hij slaat op wijnen die ook halbtrocken genoemd zouden kunnen worden.

Anbaugebiete, Bereiche, Lagen
Duitsland kent 13 herkomstgebieden (Anbaugebiete) voor kwaliteitswijnen. Ze variëren in oppervlakte van vele duidenden tot slechts een paar honderd hectare. Ze zijn onderverdeeld in Bereiche (districten). In Duitse herkomstbenamingen wordt veelvuldig gerefereerd aan Lagen. Het woord 'Lage' betekent letterlijk zo veel als 'ligging', c.q. plaats van de wijngaard. Een individuele wijngaard is een Einzellage. Daarvan zijn er in totaal 2600, die in principe allemaal genoemd mogen worden in combinatie met de naam van de gemeente waarin ze liggen. In de praktijk gebeurt dat gelukkig maar met een beperkt aantal.

Vereenvoudiging van het etiket
Het Duitse systeem van herkomstbenamingen met vermelding van predikaten, verschillende gradaties in zoetheid en wijngaardnamen bleek in de praktijk nogal verwarrend. Het etiket van eenvoudige wijnen zag er in principe hetzelfde uit als dat van een topwijn. Om wat meer duidelijkheid te scheppen zijn van twee kanten zijn eenvoudiger alternatieven ontwikkeld:

- Classic en Selection
Dit zijn twee nationale concepten, waarbij Classic staat voor 'harmonisch' droge wijnen gemaakt van traditionele druivenrassen. Ze moeten voldoen aan een aantal kwaliteitseisen, o.a. wat betreft mostgewicht. Op het etiket van deze per definitie droog smakende wijnen staan alleen de naam van het gebied, het druivenras en de vermelding Classic.

Selection is eveneens bedoeld voor droge wijnen die aan strengere eisen voldoen en een rijker smaaktype opleveren. Bij Selection wordt de naam van de Lage wel op het etiket vermeld, omdat het om een bijzondere wijngaard gaat.

- Erste Lage & Grosses Gewächs
De vereniging VDP, waarbij ongeveer 200 kwalitatief toonaangevende Duitse producenten aangesloten zijn, heeft voor zijn leden een systeem verplicht gesteld dat opgebouwd is als een piramide en verbonden is met een wijngaardclassificatie zoals ook de Elzas en de Bourgogne die kennen. Enkel nog de namen van geklasseerde wijngaarden mogen op het etiket gebruikt worden, met als neusje van de zalm de zogeheten Erste Lagen.

Droge wijnen uit zulke topwijngaarden worden aangeduid als Grosse Gewächse. Ze moeten aan bijzonder hoge eisen voldoen en vormen de top van de kwaliteitspiramide. Uit een Erste Lage mogen eventueel ook edelzoete wijnen komen met predikaten als Spätlese, Auslese, Beerenauslese en Trockenbeerenauslese. Droog is echter de regel, zoet de uitzondering.

Wijn van druiven uit niet-geclassificeerde wijngaarden worden enkel nog gebotteld onder de naam van de gemeente. Dit zijn de Ortsweine. Aan de basis van de piramide staan Gutsweine, met alleen de naam van het wijngoed.

Duitse wijnbouwgebieden
▪ Rheinhessen
Rheinhessen is de grote driehoek tussen Bingen, Mainz en Worms. Het gebied bestaat grotendeels uit vlakke of licht glooiende wijngaarden, beplant met druiven die vooral gekozen zijn omwille van hun hoge productiviteit. Rheinhessen produceert echter steeds meer wijnen van zeer hoge kwaliteit.

De beste Rieslings kwamen tot voor kort uit een smalle strook wijngaarden langs de Rijn, de Rheinterrasse met de Roter Hang. Dit is een lange helling langs de Rijn met een rode bodem. De belangrijkste gemeenten zijn hier, van noord naar zuid: Nackenheim, Nierstein en Oppenheim.

Tegenwoordig komen de meest spectaculaire wijnen juist uit het ‘binnenland', bijvoorbeeld uit Westhofen, waar jonge producenten voor een ware kwaliteitsrevolutie gezorgd hebben

Een tweede specialiteit van Rheinhessen, vooral uit het kwalitatief sterk opkomende zuiden van de streek, is Silvaner. Een 'rode enclave' binnen Rheinhessen is te vinden bij Ingelheim en Bingen.

▪ Pfalz
Op één na grootste wijnbouwgebied van Duitsland, grenzend aan Rheinhessen in het noorden en de Elzas in het zuiden. De streek heeft zich positief ontwikkeld van bulkwijnleverancier tot producent van kwaliteitswijnen. De wijngaarden liggen op zacht glooiend terrein in een smal maar lang lint van 80 bij 10 kilometer.

Het kerngebied van de Pfalz is de Mittelhaardt. Dit heeft een overwegend zandige leembodem en omvat magnifieke wijngaarden in dorpen als Kallstadt, Ungstein, Bad Dürkheim, Wachenheim, Forst, Deidesheim, Ruppertsberg en Mussbach. Het klimaat is hier dusdanig mild dat er amandel- en vijgenbomen groeien. Riesling is de belangrijkste druif en geeft wijnen die voller zijn en minder zuren hebben dan die uit gebieden als Mosel of Rheingau.

De afgelopen jaren heeft de Südpfalz (Südliche Weinstrasse) een spectaculaire ontwikkeling doorgemaakt. Behalve met riesling gebeurde dat met rode wijnen op basis van spätburgunder. Ze behoren tot de beste van heel Duitsland.

▪ Baden
Baden is de naam voor een groep verspreid liggende gebiedjes van het Frankenland tot aan de Bodensee. Het zwaartepunt ligt langs de Rijn tussen Baden-Baden en Freiburg. De wijngaarden worden in het oosten beschut door het Zwarte Woud. In het westen vormen de Vogezen een barrière tegen vochtige lucht van de Atlantische Oceaan.

De Ortenau bij Offenburg en de Kaiserstuhl bij Freiburg gelden als de beste deelgebieden. De Ortenau (rond Durbach) produceert zowel witte als rode wijn, resp. van riesling en spätburgunder. Goede dorpen rond de oude vulkaan Kaiserstuhl zijn o.a. Achkarren, Ihringen, Oberrotweil en Vogtsburg. De wijngaarden liggen hier op terrassen en produceren de krachtigste wijnen van heel Duitsland. Burgundersoorten (pinots) hebben er een groot aandeel in de aanplant, met een glansrol voor spätburgunder.

Een eigenaardigheid van Baden is de grote rol van coöperaties. Ze nemen ongeveer driekwart van de productie voor hun rekening.

▪ Mosel
Tot 2007 bekend onder de naam Mosel-Saar-Ruwer. Langgerekt gebied langs de Moezel, van het drielandenpunt met Frankrijk en Luxemburg tot aan de monding in de Rijn in Koblenz. Het is het oudste wijnbouwgebied van Duitsland en dankt zijn reputatie aan uiterst verfijnde Rieslings met een markante minerale leisteentoets. De meeste wijnen worden hier gevinifieerd met wat restzoet, hoewel droog in opkomst is. Het gebied is onderverdeeld in vier Bereiche, met Saar-Ruwer en Mittelmosel als de belangrijkste.

Saar-Ruwer is genoemd naar twee zijrivieren van de Moezel, respectievelijk ten zuiden en ten noordoosten van Trier. In beide gevallen is de riesling veruit de belangrijkste druif. Ondanks de kleine afstanden zijn de stijlverschillen tussen de wijnen onderling en met die van de Mittelmosel vrij groot. Saarwijnen zijn de meest gereserveerde van alle Moezelwijnen. Dit heeft te maken met het koele klimaat. Het Saardal ligt weliswaar zuidelijker dan de Mittelmosel, maar het is rechter en breder dan dat van de Moezel. Daardoor is er minder beschutting tegen koude winden. Door de koude is het aan de Saar betrekkelijk eenvoudig om Eiswein te produceren. De normaal geoogste wijnen hebben behalve een markante zuurgraad ook een sterk minerale component van de leisteenbodem. Ook Ruwerwijnen beschikken meestal over een vrij hoge zuurgraad, maar dan wel met een expressief aroma en finesse.

De Mittelmosel loopt van Trier tot Zell en is het herkomstdistrict van de klassieke Moezelriesling. De rivier slingert zich hier door een nauw dal met steile leisteenhellingen. Gemeenschappelijk kenmerk van de wijnen uit dit deel van de Moezel is een bloemig aroma en een zekere Spritzigkeit. Tegelijk vertonen ze subtiele maar onmiskenbare nuances van dorp tot dorp en van Lage tot Lage. Bekende dorpen zijn, van zuid naar noord, Klüsserath, Leiwen, Trittenheim, Piesport, Brauneberg, Bernkastel-Kues, Graach, Wehlen, Zeltingen, Ürzig, Erden en Traben-Trarbach.

Een vrij klein, maar kwalitatief uitstekend terroir is de Terrasenmosel bij Winningen, onder de rook van Koblenz. Zoals de naam aangeeft, liggen de wijngaarden hier in terrasvorm op zeer steile leisteenhellingen, waar ze genieten ze van een ongewoon warm microklimaat.

▪ Württemberg
Ondanks een grote productie is Württembergse wijn buiten de eigen regio nauwelijks bekend. De voornaamste reden daarvoor is dat de Schwaben - de lokale bevolking - het meeste zelf consumeren. Veel daarvan is (licht) rood en van bescheiden kwaliteit. Niettemin produceert Württemberg ook wijnen van zeer goede kwaliteit, rode met vatlagering en stevige Rieslings. De wijngaarden bevinden zich in het dal van de Neckar en in dalen van zijrivieren. Enkele ervan liggen binnen de bebouwing van de hoofdstad Stuttgart.

▪ Franken
Oostelijk, landinwaarts gelegen gebied met een uitgesproken continentaal klimaat. In verband met de winterkou en het vorstgevaar is een goede ligging van de wijngaarden van groot belang. In meerderheid liggen ze in de omgeving van Würzburg op hellingen langs de Main en in mindere mate op uitlopers van het Steigerwald.

Franken is, op een paar glorieuze uitzonderingen na, te koud voor de riesling, wat de ruime aanplant van rieslingkruisingen verklaart. Van de oude soorten is wel de silvaner prominent aanwezig.

Eersterangs gemeenten langs de Main zijn Würzburg (met de beroemde Stein wijngaard), Randersacker, Sommerhausen en Escherndorf. In het Steigerwald zijn dat Rödelsee, Iphofen en Castell. Frankenwijnen worden gebotteld in een eigen model fles, de Bocksbeutel.

▪ Nahe
Genoemd naar een zijriviertje van de Rijn met verspreid liggende wijngaarden. Het kerngebied is te vinden langs de oevers van de Nahe zelf in de omgeving van Bad Kreuznach. Wijngaarden liggen daar goed beschut en profiteren van een droge en relatief warme omgeving. Kenmerkend voor de Nahe is een extreem gevarieerde bodemgesteldheid. Als gevolg daarvan is er ook de nodige variatie in wijnstijlen. Toch kan van Nahewijnen in het algemeen gezegd worden dat ze vrij vol van structuur zijn.

Eersteklas gemeenten in de Obere Nahe zijn: Schlossböckelheim, Oberhausen, Niederhausen, Norheim en Traisen. Stroomafwaarts van Bad Kreuznach strekt zich de Untere Nahe uit met dorpen als Langenlonsheim, Laubenheim, Dorsheim en Münster-Sarmsheim.

▪ Rheingau
Samen met de Moezel is dit een van de twee referentiegebieden voor Duitse wijn, en wel voor het oertype Rijnwijn. De Rheingau is een compact, aaneengesloten wijngebied met aristocratische allure. Het ligt ingeklemd tussen het Taunusgebergte en de Rijn. De nabijheid van de Rijn, die hier bij wijze van uitzondering van oost naar west stroomt en breed is, is van grote invloed op het klimaat. Vrijwel alle wijngaarden liggen op glooiende hellingen met gezicht op de rivier.

De riesling geeft in de Rheingau extractrijke wijnen die krachtiger en wat droger zijn dan die van de Moezel. Ze rijpen in de regel uitstekend. Behalve met Riesling profileert de Rheingau zich ook met uitstekende Spätburgunder. Het dorp Assmannshausen is daar zelfs in gespecialiseerd.

De belangrijkste gemeenten van noord naar zuid zijn verder: Rüdesheim, Geisenheim (vestigingsplaats van de beroemde wijnbouwhogeschool, Johannisberg, Winkel, Oestrich, Hallgarten, Hattenheim, Erbach, Eltville, Kiedrich, Rauenthal, Walluf en Hochheim. Hoewel Hochheim niet aan Rijn ligt maar aan de Main, heeft een verbastering van de naam gezorgd voor de Engelse benaming van Rijnwijn: hock.

▪ Mittelrhein
De Mittelrhein ligt ten noorden van de Rheingau, in het Rijndal en zijdalen daarvan tussen Bonn en Bingen. Hoewel het landschap van de Mittelrhein - met de Loreley - heel bekend is, kan dat van de wijnen niet gezegd worden. Niettemin is het kwaliteitspotentieel hier groot, vooral voor Rieslings. De omstandigheden zijn enigszins vergelijkbaar met die van de Moezel. Het smalle, diep uitgesneden Rijndal beschut de wijngaarden tegen wind en koude en biedt steile hellingen met goede bezonning. De beste wijngaarden van de Mittelrhein zijn te vinden in Bacharach. De wijnen zijn in de regel wat lichter dan die uit de Rheingau en gaan meer in de richting van de Moezel.

▪ Saale-Unstrut
Dit gebied is genoemd naar twee riviertjes in Sachsen-Anhalt. Het ligt ten zuidwesten van de stad Halle, in de omgeving van plaatsen als Naumburg en Freyburg. Het is het noordelijkste wijngebied van Duitsland en heeft dus een gemiddeld lage temperatuur. In verband hiermee zijn de wijngaarden aangelegd op zuidelijk gelegen hellingen in rivierdalen. Daar heerst een relatief gunstig klimaat voor vroeg rijpende druivensoorten als müller-thurgau en silvaner.

▪ Ahr
Noordelijk gelegen wijnbouwgebied, even ten zuiden van Bonn. Merkwaardig genoeg is de Ahr gespecialiseerd in rode wijnen, hoofdzakelijk van spätburgunder. Steeds vaker zijn dat diepgekleurde, gestructureerde wijnen, veelal met vatrijping. De reden waarom de Ahr ondanks een zo noordelijke ligging toch rode wijnen kan produceren is een bijzondere combinatie van bodem en klimaat. Het Ahrdal heeft een uitermate beschutte ligging en heeft vooral in het middendeel zeer steile hellingen met vulkanische en leisteenbodems die de warmte goed vasthouden.

▪ Hessische Bergstrasse
Overgangsgebiedje tussen de Rheingau en Baden, met als voornaamste dorpen Bensheim en Heppenheim. De ligging tussen de Rijn in het westen en het Odenwald in het oosten zorgt hier voor een uitstekend klimaat met relatief veel zon en een vroeg begin van het voorjaar. Hierdoor gedijt er niet alleen de amandelboom maar ook de riesling.

▪ Sachsen
Het kleinste en meest oostelijke van alle Duitse wijnbouwgebieden. De wijngaarden liggen op de steile hellingen langs de oevers van de Elbe bij Dresden. Evenals in Saale-Unstrut is een goede ligging van de wijngaarden een absolute noodzaak. Het klimaat is hier namelijk continentaal met nogal wat risico op nachtvorst in het voorjaar.  

Verfijnd zoeken

Duitsland